Het is maandagmiddag half twee en ik heb net mijn lunch achter de kiezen. Omdat ik deze week weer helemaal back on track ben bestond deze lunch uit een omelet van drie eieren, knoflook en een handvol spinazie. Daarnaast at ik nog een halve avocado. Gewoon omdat het kan en omdat avocado’s leven zijn.

Ik ben net op weg naar de keuken om mijn bord in de vaatwasser te zetten wanneer ik opeens een stemmetje hoor. Het is zo’n geniepig klinkend hoog stemmetje, waarvan je weet dat het iets gaat zeggen wat je eigenlijk niet wilt horen. Zoiets als “Zou je dat nou wel doen?” en “Weet je zeker dat je dat wel kan?”. Niet echt bemoedigende berichten dus. Ik heb meer dan genoeg ervaring met dit soort saboterende vragen en weet ze inmiddels vrij aardig te beantwoorden. Ja dat doe ik en ja ik weet zeker dat ik dat kan. In dit geval fluisterde het stemmetje echter geen saboterende vraag maar een mededeling: “Na het eten van deze gezonde lunch heb je wel een lekker koekje verdiend”. Ik zal even wat extra uitleg geven. Er liggen namelijk heel erg lekkere ambachtelijke citroenkoekjes in de kast. Met een echte citroensmaak, niet zo’n namaak, en een dikke laag poedersuiker erover heen. Niet dat het echt uitmaakt wat voor soort koekjes het zijn want mijn onderbewuste kan een twee maanden oud, baksteenhard Maria kaakje nog lekker kletsen. Maar dat het nu toevallig echt kwijlwaardige koekjes zijn helpt niet echt mee.

Voordat ik het goed en wel doorheb gaat mijn hand naar boven en sluiten mijn gestrekte vingers zich om de handgreep van het keukenkasje. Twee tellen later sta ik al met mijn neus in het zakje de roomboterige citroengeur op te snuiven als de eerste de beste drugsverslaafde. In gedachten zie ik mezelf al zitten: “Hallo mijn naam is Linse en ik ben suikerverslaafd”. Na mezelf een paar tellen het gelukzalige gevoel toe te staan dat in mijn brein omhoog komt, scheur ik mezelf met tegenzin van het zakje los. Ik wil die koekjes niet écht. Denk ik.

Enigszins trots op mezelf berg ik het zakje snel weer op en loop ik terug naar mijn bureau. Dat heb ik toch maar mooi geflikt. Terwijl ik me probeer te concentreren op de aflevering van New Girl die ik van plan ben te gaan kijken ontvouwt zich een verwoede discussie in mijn hoofd. “Ik ben echt trots op mezelf. Ik had een koekje op kunnen eten en dat heb ik niet gedaan. Alhoewel het natuurlijk ook weer niet zo erg had geweest als ik een koekje had gegeten. Ik bedoel het is maar één koekje. Je wordt heus niet dik van één citroenkoekje en zo vaak hebben we ze nou ook weer niet in huis. Ik ga er toch maar even eentje halen denk ik. Dan is dat mijn treat voor vandaag”.

 

Langzaam schuif ik mijn bureaustoel naar achteren, sta op en slenter richting de keuken. Eerst maar eens een kop koffie want als ik dan toch een citroenkoekje ga eten kan ik er maar beter van genieten. En ik geniet pas echt van iets lekkers als ik er een goede kop echt sterke koffie bij drink. Terwijl ik sta te wachten tot de koffie is gezet kijk ik de keuken even rond en besluit dan toch maar geen koekje te eten. Het is het niet waard. Ik ken mezelf en weet dat, als ik eenmaal toegeef, het zelden bij één koekje blijft.

Terug aan mijn bureau neem ik een slokje van mijn te hete koffie. Ondanks dat ik mijn mond brand is hij nog steeds lekker. Niet zo lekker als hij met iets zoets ernaast geweest zou zijn maar desalniettemin nog steeds heerlijk. Toch heb ik mezelf blijkbaar nog niet compleet overtuigd van het nut van geen koekje eten want in de uren die volgen herhaalt bovengenoemde interne dialoog zich nog zeker vijf keer. En nog vijf keer en misschien wel nog vijf keer. Of tien of twintig. Uiteindelijk wordt ik er zo gestoord van dat ik mijn ouders een tijdje – twee dagen, niet overdreven – later smeek de citroenkoekjes op te eten. De dag daarna besluit ik, opgelucht omdat mijn ouders aan mijn verzoek voldaan hebben, alsnog de New Girl aflevering te kijken waar ik me eerder niet op kon concentreren. Ik zit achter mijn computer met een mok dampende zwarte koffie in mijn handen wanneer ik een stemmetje hoor: “Er ligt nog oreochocolade in de onderste lade van de kast”.

 

About The Author

linse van dijk

25. Schrijven, avocado's, legday, Tony's. Druk bezig met fitter worden!

Leave a Reply

Your email address will not be published.